(advertentie)

EW logo klein

- door Ton van Leijen - 

Het leek met een sisser af te lopen. Nou ja, het is maar wat je onder een sisser verstaat. Het begon met het bericht dat mensen met een te fors postuur geen erewacht meer konden zijn bij de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte. De voorzitter van de Haagse vereniging die dit jaarlijks organiseert zei daarover ‘het ziet er toch niet uit als de knoopjes losschieten omdat de overall te strak zit?’. Er kwam kritiek, fors ook, en de secretaris van hetzelfde bestuur zei vervolgens dat de tekst moest worden gezien als een waarschuwing:  ‘pas op dat je niet te dik wordt, anders past de overall niet meer’. Het tenue ging tot confectiemaat 60. Het bestuur trok het boetekleed aan. Nu zegt het ‘als iemand niet in de tenue past kopen we desnoods een grotere maat’. Probleem opgelost. Toch blijft er iets haken.

Uit de toelichting blijkt namelijk dat de ommezwaai van het bestuur pas kwam nadat veel mensen, waaronder van naam, protesteerden tegen het eerste besluit. Vervolgens vertelde de voorzitter ook nog dat hij zich zorgen maakte over het terugtrekken van donateurs, want de vereniging is volledig afhankelijk van giften. Natuurlijk waren er - zoals tegenwoordig helaas gebruikelijk lijkt - ook meteen weer scheldpartijen van wildvreemden. Toch komt bij deze feiten de vraag om het hoekje kijken hoe oprecht de koerswijziging van het bestuur is. De verantwoordelijkheid voor het als erewacht optreden wordt nu gelegd bij degenen die wellicht corpulent zijn, maar zelf moeten afwegen of ze zo lang op de vlakte hun buik kunnen inhouden.

Dit laatste is niet fout, maar ik mis toch wel even de notie dat mensen die zich voor dit mooie doel inzetten ook alle respect verdienen. We weigeren bij defilé’s toch ook geen oorlogsveteranen als die op hoge leeftijd soms niet meer kunnen staan, of in een rolstoel hangen, maar ondanks lichamelijke gebreken niettemin op het podium verschijnen? Dat geldt wat mij betreft ook voor de vrijwilligers op de Waalsdorpervlakte. Immers niet de lichaamsomvang en al helemaal niet het feit dat er kennelijk mensen zich daaraan storen mag hier een rol spelen. Wat weegt is dat er gelukkig mensen zijn die compassie hebben met de dodenherdenking en zich vrijwillig daarvoor beschikbaar stellen.

Nou heeft het bij situaties als deze altijd iets gemakkelijks om mensen vanwege hun standpunt of gedrag aan de schandpaal te nagelen. Wie eerlijk is weet hoe moeilijk het kan zijn om een fout toe te geven. We geven er liever een draai aan door op te merken dat onze woorden uit het verband zijn gehaald, of dat de ander ons niet goed heeft begrepen. En als we niet ontkomen aan terechte kritiek hebben we nog een uitvlucht als ‘het is een misverstand’ achter de hand, of ‘zo had ik het niet bedoeld’. 

Zo bezien blijkt uit dit alles toch iets goeds. De hele geschiedenis begon met kennelijk klachten van bezoekers en tv-kijkers (hoeveel? denk je dan) die zich stoorden aan enkele forse erewachten. Daarop boden anderen en media tegengas door het feit aan de kaak te stellen, en kwam  de laakbaarheid terecht in de publiciteit, en volgde er bijstelling. Mooi voorbeeld van het nut van een vrije pers, maar meer nog van hoe we in een vrije samenleving elkaar kunnen corrigeren, en daardoor kunnen leren. Kritiek loont, maar scherpt ook op.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)