(advertentie)

mobile phone 2398296 960 720

Meestal voelt dat als een wat ongemakkelijke term. Het roept iets op van ongewenste inmenging, burgerlijkheid, spruitjeslucht, voorbije tijden. Na toenemende welvaart en via roerige perioden van verzet tegen de gevestigde orde groeide de individuele vrijheid uit tot het hoogste goed. Die omslag had onder andere als gevolg dat allerlei vormen van controle verdwenen. Als jochie moest ik een perronkaartje kopen van tien cent om naar treinen te mogen kijken. Maar loketten, kaartjesknippers en controleurs verdwenen, en dat was in veel opzichten ook een positieve stap in het schrappen van onnodige bureaucratie. Nu kun je zomaar een trein inlopen, wat sommigen verleidt tot zwartrijden. Grappig dat in onze tijd – om meerdere redenen - de behoefte aan controles weer flink toeneemt.

Want de religie dat alleen wat jij vindt telt, dat je vooral je eigen leven moet leven waarmee een ander zich niet mee heeft te bemoeien heeft natuurlijk een negatieve keerzijde. Het kan zomaar tot ongenaakbare, eigengereide mensen leiden en asociaal gedrag. En wat erger is: er ontstaat ook eenzaamheid, mensen lopen vast in een sociaal isolement, en kwetsbare medeburgers worden het slachtoffer van een verhardende maatschappij. Maar gelukkig zijn er ook dan weer correcties, en zetten we als samenleving projecten op om mensen op elkaars spoor te zetten, in vormen van mantelzorg, zorgzaamheid in de wijk, zingevingsprojecten, schuldhulpmaatjes enzovoorts.

Een belangrijke vorm van sociaal verband van burgers ligt in je woonomgeving, het straatje of hofje. Daar hoor je natuurlijk ook hele verschillende ervaringen over. Als mensen langere periode buren zijn valt er vaak meer op te bouwen dan wanneer jouw straat een ‘doorgangshuis’ is waar regelmatig mensen vertrekken en nieuwe buren zich vestigen. Mensen moeten zelf ervaren welke voordelen het heeft buren te hebben. Dat geldt niet alleen bij jonge mensen, want juist die kunnen weer wat sfeer brengen in het straatje, zeker ook als ze kinderen meebrengen die het straatbeeld verlevendigen. Even goed kunnen mensen die heel lang naast elkaar wonen soms vreemden voor elkaar zijn, het andere uiterste tegenover gevreesde onvrijheid.

Jaren geleden woonde er in ons straatje een vroeg gepensioneerde buurman. Een gezellige vent, vaak buiten te vinden waar hij met iedereen een praatje maakte, en altijd wel iets smeuïgs had te vertellen. Soms probeerde je hem te ontwijken, want het kon wel even duren als hij je aanschoot. Maar we voelden ons vreemd toen hij op een goede dag verhuisde naar een heel ander deel van het land. Er viel een verbindende factor weg, en dat merkte je. En het duurde jaren voordat er weer eens een initiatief ontstond voor een gezamenlijke barbecue, een koffiemorgen die de vrouwen organiseerden. Want je kunt veel aan elkaar hebben. In kleine dingen, zoals elkaars kliko aan de weg zetten, bloemen water geven tijdens vakanties, meeleven bij lief en leed, gereedschap lenen, noem maar op. Alleen een vriendelijke sfeer is al veel waard.

Laatst zat ik op de bank te lezen toen ik een appje hoorde inkomen. Het bleek mijn overbuurman te zijn. Zijn tekst: “Is het de bedoeling dat de kofferbak van je auto openstaat?” Nu is het zo dat ik de autosleutel in mijn broekzak had, en daar zit ook een knop op voor alleen de kofferbak. Dus bedankte ik hem en legde uit hoe dat kwam. “Handig zo’n broekzak” reageerde hij. En ik weer “Ja, zolang je maar niet ergens tegenaan gaat staan.” Een uur of zo later hoorde ik opnieuw een app binnenkomen. “Heb je alweer die broek aan?” Ik begreep: de klep stond weer open. Mijn reactie “nee, een andere, maar het ligt aan de sleutel.” Sociale controle, geweldig toch? Vooral als het regent en je niet weet dat je kofferbak openstaat.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)