(advertentie)

cq5dam.web.384.614

En dan bedoel ik de klassieke haan: het dier dat vooral in de vroege morgen kraait. Al weer jaren geleden haalde een buurman vrij dichtbij er een in huis, hij had toen ook kippen en dan is zo’n aanschaf zinvol. Al vrij snel voelde het dier zich in onze buurt thuis, tenminste: zijn geluid in de vroege morgen nam spoedig in volume toe. Hoewel onze buurt uit verdraagzame mensen bestaat ontstonden er subtiele en tactvolle signalen waaruit de betreffende buurman concludeerde dat je een kraaiende haan verschillend kunt beoordelen en waarderen. Hij was er zelf natuurlijk ook wel achter gekomen dat een haan meer doet dan alleen wat management over de ren en het stimuleren en monitoren van legprocessen. Zo verdween de haan.

Nu, jaren later, is er ineens  een andere haan. Weliswaar iets verder weg, ik weet nog niet waar hij precies huishoudt, en laat dat ook maar zo. Deze haan presenteert echter een geluid dat nogal afwijkt van wat normaal is en in vooral kinderboekjes ook altijd standaard zo wordt uitgebeeld, namelijk ku-ke-le-ku. De eerste drie lettergrepen worden dan kort en in staccato op gelijke toonhoogte uitgeroepen, maar de laatste ku ligt - als het dier een normale conditie heeft - twee of zelfs drie noten hoger, is veel krachtiger, en vooral: wordt langer aangehouden met aan het eind een lichte daling van (maximaal) een hele noot. Maar de kraai van de nieuwe haan wijkt in negatieve zin af. Hij roept namelijk schor en klagelijk iets wat lijkt op een kind dat om zijn moeder jengelt. Moeilijk te omschrijven dus, maar ‘mamaaaa!’ komt het dichtst in de buurt.

En dat is vervelend. Allereerst omdat je dan in de vroege morgen, kort na vijven denkt dat een kind wanhopig roept om de moeder die maar niet komt opdagen. Na een paar dagen van kwelling over zulk  leed breekt langzaam het besef door dat het geen kind, maar een haan is. Misschien is het een jonge haan, die nog niet op volledige geluidssterkte is, misschien dat zijn harem hem teleurstelt in affectie of eierproductie, ik weet het niet. Feit blijft dat je nachtrust bruusk wordt ingekort door het schaamteloze keelgeschraap dat dit dier eruit gooit. Met dit probleem zit ik dus. Zeker, ik lust zelf ook wel een ei, maak graag iets met Chicken-tonight klaar, en heb geen hekel aan dieren in het algemeen. Ook wil ik graag tolerant zijn naar medeburgers die meer weten van en doen met pluimvee dan ik.

Daar komt nog iets bij. Mij bekruipt het gevoel dat een soort minderwaardigheidscomplex van het dier een rol speelt. Alsof hij zich wil verheffen door iets te doen wat wij stervelingen niet doen, namelijk een ander overschreeuwen. Nou ja, dat doen wij ook wel eens, maar toch niet vanuit een kippenhok, en zeker niet om vijf uur ’s morgens. Je hoort wel eens dat beesten vanzelf op hun baasje gaan lijken, of andersom. Ik ken er zelfs een voorbeeld van. Speelt dat hier ook? Dat zou dan betekenen dat de eigenaar ook voortdurend om zijn moeder roept, en die kwetsbaarheid maakt hem dan wel weer wat sympathieker. Maar zolang dit wetenschappelijk niet is bewezen laat ik die kant  buiten beschouwing, het probleem is al ernstig genoeg.

Ik sta dus in dubio. Verhuizen vind ik te gortig. Een handtekeningenaktie organiseren onder buurtbewoners maakt denk ik meer kapot dan me lief is. Stiekum een tweede haan in het hok duwen lijkt me meer iets voor mensen die altijd zo tekeer gaan op sociale media, bovendien is het gewenste effect daarvan onzeker. Er blijft me denk ik weinig anders over dan het nog even aan te zien, beter: aan te horen. Daar is de zomer dan wel weer de goede tijd voor. Ik ga het proberen. Fijn dat u dit hebt willen lezen, dat lucht me zeker op.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)