(advertentie)

Louis van Dijk heeft zijn laatste concert gegeven. Hij heeft verteld dat bij hem Alzheimer is geconstateerd. Daardoor heeft hij het besluit genomen niet langer het grote werk te doen. Dat is jammer, want hij is een veelzijdig en heel getalenteerd musicus. Hij kan en wil nog wel spelen als hij het leuk vindt, maar niet als het zou moeten. Met deze beslissing voorkomt hij in ieder geval dat hij op enig moment tijdens een optreden zou haperen. Een heel verstandig, maar ook een moedig besluit. Verstandig, want wie bijvoorbeeld op youtube nog eens naar zijn muzikale helden van vroeger kijkt komt mensen tegen die niet zo verstandig waren tijdig te stoppen. Charles Aznavour was een uitzondering: hij boeide tot het eind.

Moedig, want elk mens heeft wel dingen waarin je goed bent, of waaraan je hecht, en die zelfs in belangrijke mate je identiteit zijn gaan bepalen. Ik heb het zelf nog niet meegemaakt, maar ik denk dat het spelen voor groot publiek, met na afloop langdurig applaus, bloemen etcetera je een kick geeft. Op de vraag “Wat probeert u te bereiken als u optreedt?” antwoordt Louis “Als ik ergens gespeeld heb wil ik dat de mensen die erbij waren van me houden”. Mooi; dat is een herkenbaar oerverlangen van mensen die eerlijk naar zichzelf durven te zijn: dat je gewaardeerd wordt.

Optreden voor publiek is een warme en emotionele ervaring. Het is dus niet zo simpel om dat op te geven. Ook in andere beroepen geldt dit. Een predikant moet stoppen voordat zijn of haar preken niet meer actueel zijn. Bij een politicus kan de ‘houdbaarheidstermijn’ verlopen. En ook voor een succesvol ondernemer is het wijs de leiding tijdig over te dragen.

Niet alleen wijzelf veranderen, verouderen, verliezen kracht, ook onze wereld beweegt. Door nieuwe opleidingen, veranderende markten, verschuivende culturen, vul maar in. Dus is de vraag belangrijk of datgene waarin jij goed kon functioneren en bijdragen nog fris is, met de tijd mee kan.

Zo nadenkend zie je dat een vorm van loslaten niet alleen op het niveau van opvallende beroepen of talenten een rol speelt. Ik verwacht dat het in veel, misschien wel alle mensenlevens, in allerlei vormen een rol kan spelen. In een eerdere column schreef ik over de lijn van het leven: opbouwen, verfraaien, versoberen, afbouwen, loslaten. Een mooi voorbeeld zag ik in het leven  van mijn vader. Altijd veel liefde voor de natuur, voor dieren en groen. Voor zijn hobby bloemen en tuinen beschikte hij over het nodige gereedschap. Toen hij op leeftijd gekomen met mijn moeder in een bejaardencentrum kwam wonen koesterde hij nog altijd zijn tuinspullen. Evenals trouwens zijn fiets toen hij helemaal niet meer kon fietsen.

Als hij die attributen in de berging van het bejaardencentrum zag staan verbond dat hem met het verleden, de tijd dat hij met die gereedschappen lekker aan het werk was in parken, plantsoenen, tuinen. Dat leven was een groot deel van zijn identiteit. En zie: de meeste gereedschappen staan nu bij mij in de schuur. En als ik een schop, een kantsteker of een krabbertje pak voel ik me soms ineens in de huid van mijn vader gekropen. Ik zie hem dan dezelfde dingen weer doen waarmee ik op dat moment zelf aan de slag ga. Heel voorzichtig komen er echter ook al weer zulke dingen bij mijn kinderen terecht. Loslaten is extra mooi als je ziet dat een nieuwe generatie het voortzet.           

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)