(advertentie)

“Groote veranderingen staan ons in de toekomst te verwachten. Zoo zullen de steden elektrisch verwarmd worden en men zal de huizen beter isoleeren, zodat zij in den zoomer koeler zijn en in den winter gemakkelijker te verwarmen.” De spelling verraadt al dat dit een oude tekst is. Het stond in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 4 januari 1930. Die vond ik in een map van mijn vader waarin hij voor hem belangrijke of indrukmakende dingen bewaarde. Hij was van 1904, dus had de leeftijd van 26 jaar toen hij dit las en in zijn bewaarmap legde.  

De uitspraak deed Henri Ford, de bekende automagnaat, in een interview. Veel van wat hij hier zegt is uitgekomen, zoals over electriciteit en isolatie van woningen. Het staat in een bijna komisch contrast met wat er nadien nog veel meer mogelijk werd. Denk aan de uitvinding van de raketmotor - waarvoor wel eerst een wereldoorlog nodig was -, de computer, en de medische successen. Wrang overigens dat de enorme welvaart die ontstond voor het grootste deel der mensheid nog onbereikbaar is, maar dit terzijde. De uitspraak van Ford past bij het vooruitgangsgeloof dat we kennen als ‘the sky is the limit’. En sky werd space, zelfs voor commerciële doeleinden, wat bijvoorbeeld Richard Branson laat zien met zijn plan voor ruimtevluchten.  

Het artikel uit 1930 las ik op hetzelfde moment als een ander verhaal over de medische wetenschap. Er kan steeds meer, het menselijk lichaam wordt steeds verder geperfectioneerd, en de eeuwige jeugd lijkt nabij, schrijft daarin Bert-Jan Heusinkveld. *) Hij geeft voorbeelden waaruit blijkt waartoe ‘we’ in staat zijn. Soldaten in Amerika die dankzij een implantaat in hun hoofd met elkaar kunnen communiceren zonder met elkaar hardop te praten. En het dna kan al in een embryo worden aangepast om erfelijke ziekten te voorkomen. Heusingveld komt met sterke argumenten om op z’n minst grondig na te denken over de vraag die we wel kennen: moet alles ook wat er kan?

Geen nieuwe vraag, maar wel ongelooflijk belangrijk. Er komen zware ethische vragen op: wie is de mens? wat is zijn bestemming? wat is een goed leven? Wij mensen proberen ons leven te verbeteren door onderwijs, gezond eten, lichaamsbeweging. Het gaat erom dat we ons leven naar een hoger plan willen tillen, dus boven het ‘normale’ niveau. Maar het maakt natuurlijk nogal verschil of dat op redelijk normale wijze gebeurt, dan wel door extreem sporten, groeihormonen, of ingrijpen in genetisch materiaal. Of denk aan sommige cosmetische ingrepen die van ons een mooier en meer geaccepteerd mens zouden moeten maken. Veel ingrepen hebben niet alleen gevolgen voor ons uiterlijk, maar ook voor ons innerlijk; ze hebben effect op ons leven, onze persoonlijkheidsvorming, wie we willen zijn. Vandaar de vraag of het een beter leven oplevert.

Heusinkveld benadert dit vanuit een christelijke levensvisie, waarbij hij zich afvraagt in hoeverre het toepassen van sommige verbeteringstechnologieën - zoals het samensmelten van mens en machine of dna-aanpassing  - geen onaanvaardbare inbreuk pleegt op onze lichamelijkheid. Zijn vragen raken natuurlijk aan elke levensbeschouwing, vandaar zijn pleidooi om gemeenschappelijk deze punten af te wegen. ‘Als je gaat up-graden, wordt je dan werkelijk een beter mens?’ is een van zijn prikkelende vragen. Daar zou veel meer over moeten worden nagedacht, waarbij hij o.a. pleit voor het instellen van een ethische commissie door de overheid.

Als mijn vader nog zou leven had hij nu de leeftijd van 117. Bij de eerste maanlanding, 1969,  had hij oprecht twijfels of het geen bedrog was, en het misschien geënsceneerd zou zijn in de woestijn van Afrika. De term nepnieuws heeft hij niet meegemaakt, maar ik denk dat hij veel dingen die we nu normaal vinden niet voor mogelijk zou hebben gehouden. Onze generatie gelooft zo ongeveer dat alles mogelijk zal worden wat nu nog niet kan. Een reden om sommige dingen niet gewoon te laten gebeuren, maar vooraf te toetsen aan menswaardige en levensbeschouwelijke normen. Daarbij is een overheid nodig als wakende macht tegenover eenzijdig technisch vernuft en grensoverschrijdende projecten. Maar natuurlijk ook wij als individu, door niet de massa te volgen, maar zelf te  blijven nadenken en onze grenzen te bewaken. Niet alles wat kan maakt ons tot een beter mens.                 

*) Bert-Jan Heusinkveld promoveerde op ‘mensverbetering’; ik citeer uit een interview met hem in het Nederlands Dagblad van 11 juni dit jaar.

Ton van Leijen (avanleijen@lijbrandt.nl)